Brabant Cycling Lees al het laatste Brabantse wielernieuws op Brabant Cycling,
sport onderdeel van Ons Brabant Fietst
Category

Interviews

Category

De 54e editie van de Grote Ronde van Gerwen kan dit jaar op Tweede Paasdag helaas niet doorgaan. Ter gelegenheid van de 50e editie werd in 2016 een jubileumboek uitgegeven met honderden foto’s van Persbureau van Eindhoven, Theo van Sambeek en Gerard Wolfs en verhalen van Cees van Keulen en Gerben van den Broek. Deze wedstrijdloze periode is een mooi moment om een aantal verhalen uit dit boek opnieuw te publiceren.

Deze keer het interview met Anthony Theus, die twee keer wist te winnen in Gerwen.

Anthony Theus uit Bergeijk is ongetwijfeld één van de beste coureurs uit de Kempische wielerhistorie. Theus won als amateur 106 koersen, waaronder vier keer de Omloop der Kempen. Ook in Gerwen kwam hij in 1991 en 1997 als winnaar over de meet. Verder werd hij in 1994 achter Hans van Dijk ook nog een keer tweede.

De wielercarrière van Anthony Theus begint al op achtjarige leeftijd. Al snel blijkt hij een veelwinnaar als jeugdrenner boekt hij ongeveer honderd overwinningen. Ook bij de nieuwelingen en junioren blijft hij overwinningen behalen. In 1987 debuteert hij als amateur bij Jo van Aarle en weet hij als eerstejaars amateur direct 17 koersen.

Knieblessure
Een mooie profcarrière lijkt in het verschiet te liggen, maar een knieblessure gooit roet in het eten. “Door die knieblessure heb ik twee seizoenen bijna niet kunnen koersen. Bovendien was het destijds moeilijk om prof te worden. Elk jaar konden maar een paar renners de overstap van de amateurs naar de beroepsrenners maken”, vertelt Theus. “Ik heb in die tijd wel gesprekken gevoerd met Jan Gisbers om over te stappen naar PDM, maar mede door die knieblessure is dat nooit concreet geworden. Later heb ik 1995 nog een aantal maanden stagegelopen bij TVM-Polis Direct, maar ook daar kreeg ik uiteindelijk geen contract.”

Lange erelijst
Theus reed in zijn carrière achtereenvolgens voor Jo van Aarle, Europolis, Europolis-Groenewoud, Giant en Axa en beëindigde zijn loopbaan in 2000. Ondanks dat hij nooit ‘echt’ prof was, prijken er toch drie zeges in profkoersen op de erelijst van Anthony. “In 1991 zegevierde ik in een etappe in het Circuit de la Sarthe en in de Ronde van Zweden won ik in 1994 een etappe door de Australische sprinter Robbie McEwen te verslaan. Verder won ik als stagiaire bij TVM de slotetappe van de Ronde van Portugal. Mijn grote kracht was dat ik een neusje voor de koers had, ik voelde vaak precies aan wanneer de beslissing in de koers ging vallen. Verder had ik het geluk dat ik goed kon sprinten en ook nog een aardig stukje alleen kon rijden. Alleen klimmen was niet aan mij besteed. Daar had ik echt een hekel aan.”

Op zijn erelijst prijken nog veel meer mooie koersen. Zo won Theuske ook een aantal etappes in Olympia’s Tour, de Ronde van Drenthe, etappes in de Giro della Regioni, Köln-Schuld-Frechen, Ronde van Overijssel en etappes in de Ster van Brabant, Teleflex Toer en het Zeeuws-Vlaams Wielerweekend.

Geklopt
Als zijn wedstrijdschema het toeliet, kwam Theus tijdens zijn lange carrière graag aan de start in de Ronde van Gerwen. “Het is een klassieker onder de criteriums, die wordt verreden op een mooie, zware omloop.” Hij moet diep in zijn geheugen graven om zijn zeges in Gerwen weer scherp op het netvlies te krijgen. “De eerste overwinning in 1991 weet ik nog wel. Toen versloeg ik thuisrijder Martijn van Moorsel en Toine Bok in de sprint. De tweede overwinning in 1997 staat me niet echt meer bij, maar ik denk niet dat ik toen alleen ben aangekomen.” Theus greep dat jaar de overwinning vóór Herold Dat en thuisrijder Jurgen van Pelt.

Opvallend is dat de rappe coureur uit Bergeijk zich nog wel herinnert dat hij in 1994 in Gerwen werd geklopt door niet-sprinter Hans van Dijk. “Ik weet nog dat ik daar destijds goed ziek van was. Hans ging als eerste door de laatste bocht gaan en ik dacht dat ik er nog makkelijk overheen zou kunnen komen, maar dat lukte me dus niet meer. Normaal zou ik 99 van de 100 keer winnen als ik tegen hem moest sprinten, maar op die dag dus niet.”