Brabant Cycling Volg de wielersport in Brabant via Brabant Cycling Network!
Interviews Nieuws

Peter van Doorn: ‘Zonder supportersclub was dit nooit gelukt’

IMG_2571

Maar liefst zeven keer mocht baansprinter Peter van Doorn uit Berlicum eind jaren ‘60, begin jaren ‘70 een rood-wit-blauwe trui over zijn schouders aantrekken. De rappe Van Doorn veroverde diverse truien op de sprint, 1 kilometer tijdrit en de tandem. In 1971 werd hij zelfs Nederlands kampioen op alledrie deze nummers. Een jaar later bij de Olympische Spelen in München schopte hij het op de sprint en de tandem tot de kwartfinale en werd hij elfde op de kilometer. In zijn boerderij in Berlicum kijkt Van Doorn met veel plezier terug op zijn wielercarrière.

Van Doorn begon in 1965 pas op 19-jarige leeftijd bij de aspiranten met wielrennen. “Dat ging meteen goed, want al op 4 april won ik dat seizoen in Helmond mijn eerste wedstrijd. Twee jaar later haalde Piet Libregts mij naar zijn Smith Chips – Acifit Accu’s ploeg. Ook daar begon ik sterk, want in mijn eerste wedstrijd werd ik direct tweede achter Jan Krekels, terwijl Jan van Katwijk derde werd. Dat waren destijds grote namen.”

In 1968 ging Van Doorn op advies van Libregts ook op de baan rijden. “Mijn debuut maakte ik op een geleende fiets. Enkele weken later werd ik direct vierde op het NK 1 kilometer tijdrit. Bondscoach Frans Mahn nam mij toen direct op in de Nederlandse selectie.”

Dat betekende ook dat Peter veel meer op de baan in Amsterdam moest gaan trainen. “Ik werkte destijds bij Van de Donk en daar kreeg ik alle medewerking. Bovendien mocht ik vaak de auto van Klaas van Driel, een supporter van mij, lenen om naar Amsterdam te rijden en de benzine kreeg ik vergoed van supportersclub WSV De Zwaan in Berlicum. Daar ben ik hen nog altijd dankbaar voor.”

De baantrainingen wierpen hun vruchten af, want in 1969 mocht Van Doorn voor het eerst een rood-wit-blauwe trui aantrekken. Samen met Klaas Balk sprintte hij naar de titel op de tandem. Daarbij versloegen ze verrassend het duo Janssen – Loevestijn, die een jaar eerder nog zilver hadden gewonnen op de Olympische Spelen in Mexico. “Dat was een sensatie en werd door de journalisten groot uitgemeten in het nieuws”, weet Van Doorn nog.

Een jaar later in 1970 ging Van Doorn op de tandem verder met Jan Janssen en veroverde hij opnieuw de Nederlandse titel. Daarnaast werd hij ook tweede op het NK sprint en 1 kilometer tijdrit. Op het WK baan in het Engelse Leicester wist hij vijfde te worden op de sprint en de 1 kilometer. Op de tandem greep hij samen met Janssen net naast een medaille. Van Doorn: “In de halve finale verloren we de beslissende derde rit na een fotofinish. Dat was zo’n teleurstelling voor ons, dat we het in de strijd om het brons min of meer lieten lopen.” In die jaren reed de Berlicummer zowat alle grote baanwedstrijden. “Dat was een ontzettend mooie tijd. Ik kwam in landen als Rusland, Polen en Tsjechië, waar in die tijd bijna niemand naar toe mocht.”

IMG_2570

Van Doorn werd ook geselecteerd voor de Olympische Spelen van 1972 in München. Trots laat hij de krantenknipsels in zijn plakboek zien. “Ik ben dat jaar zelfs afgebeeld op een postzegel. Sportief gezien was het niet mijn beste internationale toernooi. Ik werd elfde op de 1 kilometer tijdrit en haalde op de sprint en op de tandem de kwartfinales. Maar het was een geweldige ervaring om met alle sporters bij elkaar in het Olympisch dorp te zitten. De aanslag van de Palestijnen was natuurlijk wel vreselijk, maar dat gebeurde een dag nadat de baanwedstrijden al waren afgelopen.”

Na de Olympische Spelen besloot Van Doorn om in 1973 weer meer op de weg te gaan rijden. “Dat werd echter geen succes. Ik kwam flink ten val in de Ronde van Boxtel en kreeg vervolgens ook nog eens een blindedarmontsteking. Daarna ben ik een tijdje gestopt. Maar ongeveer een jaar later begon het toch weer te kriebelen en ben ik weer op de baan gaan rijden. In 1975 werd ik vervolgens tweede op het NK sprint en derde op de 1 kilometer tijdrit. Dat jaar heb ik ook nog deelgenomen aan het WK op de baan in België. Daar werd ik tiende op de kilometer en haalde ik de laatste zestien op de sprint. Vervolgens heb ik echt afscheid genomen als renner.”

Toch is de 69-jarige Van Doorn het wielrennen altijd blijven volgen. “Ik ben altijd lid gebleven van WSV De Zwaan en heb ook een aantal jaren in het bestuur gezeten. Verder help ik mee bij de MTB-wedstrijden en wielerrondes die in Berlicum worden georganiseerd en ga ik regelmatig kijken bij wedstrijden. Ik ben nog altijd blij dat we hier in Berlicum zo’n supportersclub als WSV De Zwaan hadden, want anders had ik dit nooit allemaal kunnen doen.”

Reacties zijn uitgeschakeld.