Diverse wieleranekdotes gingen vrijdagavond over tafel bij het zevende wielercafé in Feesttempel Ambiani in Bladel.
Veldrijdster Sanne van Paassen, die dit seizoen door een vervelende blessure nog niet in actie kon komen, vertelde onder meer hoe frustrerend het is om niet in actie te kunnen komen en riep op tot meer emancipatie voor het vrouwenwielrennen. “Nu moeten wij bij een Super Prestige veldrit bijvoorbeeld vaak ’s ochtends om 11.00 uur al starten, als er nauwelijks publiek langs de weg staat. Waarom kan dat bijvoorbeeld niet om 14.00 uur zijn?”, aldus Van Paassen, die ook hoopt dat er ooit nog een vrouweneditie van Parijs-Roubaix komt. “Dat zou geweldig zijn. De Ronde van Vlaanderen en de Waalse Pijl hebben al een vrouweneditie. Parijs-Roubaix past ook goed in dat rijtje.”
Ook oud-renner Servais Knaven bleek een kundig verteller. De ploegleider van Sky ging onder meer in op de successen van deze ploeg en op de mooiste overwinningen uit zijn eigen carrière: Parijs-Roubaix en de Touretappe naar Bordeaux. Daarnaast vertelde hij trots over zijn vier dochters, die momenteel ook allemaal aan wielrennen doen. “Zij rijden zowel op de weg als in het veld. Dat laatste vind ik wat minder, want ik mag telkens alle fietsen schoonmaken”, zei hij met een glimlach.
Na een leuk intermezzo met schrijver Jace van de Ven, was het de beurt aan Theo de Rooij. Ook hij vertelde uitgebreid over zijn eigen loopbaan. De Rooij was onder meer de eerste West-Europeaan die gehuldigd werd als winnaar van de Ronde van Slowakije en werd in 1978 wereldkampioen bij de studenten. Meer bekendheid verwierf De Rooij als manager van de Rabobank-wielerploeg. Uiteraard kwam ook de Tour de France van 2007, waarin hij Michael Rasmussen in de gele trui naar huis stuurde. De Rooij: “Ik weet dat ik dat moment tot mijn dood bij met mij mee zal dragen. Maar ik heb in die tijd dat besluit genomen en ben niet weggelopen voor mijn verantwoordelijkheid.” (Foto’s: Theo van Sambeek)



Reacties zijn uitgeschakeld.