Brabant Cycling Lees al het laatste Brabantse wielernieuws op Brabant Cycling,
sport onderdeel van Ons Brabant Fietst
Interviews Nieuws

Een Brabantse wielerbaan is meer dan welkom

De hoge snelheid, het tactisch spel, koersinzicht: renners leren het allemaal op de wielerbaan. Voor de nieuwe ‘Helden in de Wielersport in Brabant’ schreef Gerben van den Broek een verhaal waarin hij een hartstochtelijk pleidooi voor de komst van een wielerbaan in Brabant. Lees hier het hele verhaal.

Wie denkt aan wielrennen in Noord-Brabant, legt vrijwel automatisch de link met rondjes om de kerk en veldrijden. Niet zo gek, want wielercriteriums als Daags na de Tour in Boxmeer en de Acht van Chaam genieten (inter)nationale bekendheid. Daarnaast is Brabant al vele jaren de bakermat van het veldrijden in Nederland, met toppers als Rein Groenendaal, Adrie van der Poel, Henk Baars, Wim de Vos, Richard Groenendaal, Lars Boom, Mathieu van der Poel, Daphny van den Brand, Marianne Vos en Inge van der Heijden.

Het baanwielrennen spreekt in Noord-Brabant veel minder tot de verbeelding. Toch heeft onze provincie in het verleden ook diverse baantoppers voortgebracht. Denk bijvoorbeeld aan de Bossche reus Gerrit Schulte en Jan Pijnenburg. Maar ook Leontien van Moorsel (2000) en Marianne Vos (2008) wisten Olympisch goud te veroveren op de wielerbaan. Tegenwoordig hebben we Shanne Braspennincx, Hetty van de Wouw en Harrie Lavreysen die de Brabantse eer op de wielerbaan hoog houden. Lavreysen, afkomstig uit Luyksgestel, werd onlangs nog wereldkampioen op de sprint in Polen en is in 2020 zonder pech één van de Nederlandse troeven op de Olympische Spelen in Tokyo.

Een belangrijke reden dat het baanwielrennen in Brabant minder leeft dan in andere regio’s in Nederland, is dat er in onze provincie geen wielerbaan ligt. Om te kunnen gaan trainen op een wielerbaan, moeten renners minimaal afreizen naar Apeldoorn, Amsterdam of Alkmaar. Andere opties zijn de wielerbanen over de grens in België of Duitsland. Voor de ontwikkeling van wielrenners is het fietsen op de baan absoluut van toegevoegde waarde. De combinatie van snelheid en souplesse, het draaien met een soepele pedaaltred, leer je nergens beter dan op de wielerbaan.

Zeker met de toenemende verkeersdrukte op de openbare wegen, is een wielerbaan in Brabant op dit moment meer dan welkom. Daarnaast hebben organisaties van wielerevenementen te maken met een verminderde inzetbaarheid van politiebegeleiding, waardoor al een aantal evenementen in 2019 zijn afgelast. Bij een afgesloten wielerbaan spelen deze zaken niet en kan er altijd worden gefietst.

Mijn eerste herinneringen aan de wielerbaan gaan terug naar het begin van de jaren ‘80 van de vorige eeuw. Als jochie van een jaar of tien mocht ik mee gaan kijken naar ‘Ahoy op Zondag’, waar mijn broer Mark aan mocht deelnemen. Stonden we op zondagochtend om 8.30 uur samen met tientallen andere jeugdrenners te wachten voor de poort van Ahoy, waar de jeugd in het voorprogramma een aantal wedstrijdjes mocht rijden. ‘s Middags volgden dan nog andere wedstrijden voor mannen en vrouwen. Bekende namen uit die tijd die ik mij nog kan herinneren waren Charles de Caluwé, Godert de Leeuw, Theo Kortekaas, Theo van Tol, Ab Harren en Barend Huveneers. Zij streden in Ahoy felle duels uit bij de nationale kampioenschappen achter de derny’s. De winnaars kregen kregen een glimmend oranje shirt met een rood-wit-blauwe band erover heen.

Niet veel later reed ik als jeugdrenner zelf mijn eerste wedstrijdjes op de wielerbaan. Direct na school op donderdagmiddag reden we met ons gezin van Veghel naar Oudenbosch om daar op het steile betonnen baantje van nog geen 200 meter lengte te gaan rijden, tegen onder andere Natascha den Ouden. Later bij de junioren kwam ik in een nationale werkgroep, waarvoor ik zowel op de baan als op de weg diverse wedstrijden mocht rijden. In mijn eerste seizoen als junior (1990) wist ik zelfs een bronzen medaille te veroveren bij het NK Baan op het onderdeel puntenkoers. Leon van Bon ging er toen overtuigend met de nationale titel vandoor. Hij won enkele jaren later ook een zilveren Olympische medaille achter de Italiaan Giovanni Lombardi op de puntenkoers in Barcelona.

Ook als amateur bleef de baan trekken. Beginjaren ‘90 werd zelfs een Topcompetitiewedstrijd op de baan gehouden, waar alle deelnemende teams punten konden verzamelen voor de ploegrangschikking. Als renner van Europolis mocht ik daar ook aan deelnemen. Ik herinner mij nog dat ik als jonkie de opdracht kreeg van ploegleider Frits Schür om continu op het wiel te rijden van Servais Knaven. Dat bleek al gauw een onmogelijke opgave.

In de winter van 1994-1995 heb ik één winter serieus op de baan in Alkmaar getraind. Elke donderdagmiddag reed ik samen met Sissy van Alebeek en haar vader Jan op en neer naar Alkmaar om een paar uur op de baan te trainen. Het was de winter dat de dijken bij het land van Maas en Waal het dreigden te begeven, mensen geëvacueerd moesten worden en ook het viaduct in de buurt van het provinciehuis ‘s-Hertogenbosch onder water stond. Weer of geen weer, wij reden naar de halfoverdekte baan in Alkmaar. Het is zelfs voorgekomen dat de training werd afgelast, omdat de betonnen baan door de vochtige omstandigheden te glad was geworden om op te rijden. Toeval of niet, het wegseizoen 1995 werd mijn beste periode uit mijn wielercarrière. Dat jaar won ik als amateur 12 wedstrijden, waaronder een etappe in de Teleflex Tour, het Districtskampioenschap in Heesch en een etappe in de Ronde van Antwerpen.

Nog altijd vind ik het geweldig om een avond naar de Zesdaagse van Rotterdam te gaan kijken, of een bezoek te brengen aan een NK of WK Baan als dat in Nederland wordt gehouden. Met name de hoge snelheid waarmee de renners over de piste vliegen, is fantastisch om te zien. Maar ook het tactisch spel en het koersinzicht dat nodig is om je tegenstanders af te troeven, vind ik geweldig mooi. Alleen vind ik het jammer dat er, behalve Shanne Braspennincx, Hetty van de Wouw en Harrie Lavreysen, over het algemeen maar weinig Brabantse renners aan de start staan bij baanwedstrijden. Indien er ergens in Brabant een wielerbaan komt te liggen, dan ben ik er van overtuigd dat meer Brabantse renners zullen kiezen voor het baanwielrennen en dat er ook op de baan sportieve successen geboekt gaan worden door Brabanders.

Schrijf een reactie