Wielerliefhebber en auteur Piet Gijsbers duikt in de rubriek ‘Uit de oude doos’ voor Brabant Cycling terug in het verleden van de wielersport in Zuid-Oost Brabant. In deze aflevering een verhaal over André Gevers die in 1975 wereldkampioen bij de amateurs werd in het Belgische Mettet. Meer oude wielerverhalen zijn terug te vinden op de website van Piet Gijsbers: www.wielerspiegel.nl
In 1975 boekte André Gevers de mooiste zege uit zijn wielercarrière. Wereldkampioen worden is maar voor weinigen weggelegd. De Schijndelnaar veroverde in het Belgische Mettet de regenboogtrui bij de amateurs door zijn vluchtmakker Sven Ake Nilsson uit Zweden in de wegkoers royaal achter zich te houden.
Omdat Gevers in 1971 pas op 19-jarige leeftijd bij de nieuwelingen met de wedstrijdsport begon, mocht zijn prestatie als des te opmerkelijker worden beschouwd. Een renner die op die leeftijd voor het eerst aan wedstrijden deel ging nemen moest toen nog in de nieuwelingen categorie beginnen. De juniorencategorie bestond in Nederland nog niet. Zijn eerste overwinning boekte Gevers op 30 augustus als nieuweling in Budel na dat jaar ook al clubkampioen van WC Het Zuiden in Eindhoven te zijn geworden. Een seizoen was hij nieuweling om vervolgens bij de amateurs van begin af aan flink mee te tellen. Als de Schijndelaar het op zijn heupen kreeg was het voor de concurrentie oppassen geblazen. Veel van zijn wedstrijden won hij met een sterke eindsolo. Zo ook in de 1e etappe van de Tour de l’Avenir in 1973 waar zijn internationale doorbraak een feit werd. In de rit tussen Marignane en Palaves-Les-Flots ging hij bij een temperatuur van 35 graden alleen voorop rijden en behield tot aan de finish een kleine voorsprong. Zijn allereerste zege bij de amateurs had hij al in 1972 in Veldhoven geboekt. Gevers had goed en wel zijn 23e verjaardag gevierd toen hij in Mettet de wereldtitel veroverde. Het was het seizoen van zijn grote doorbraak. Maar liefst 23 keer kon hij in 1975 het overwinningsgebaar maken. Daarbij zeges in klassiekers als de Omloop van de Baronie, de Vierstromenlandronde in de Betuwe, de 4e etappe èn het eindklassement in de Omloop van Zeeuws-Vlaanderen, etappes in de Ronde van Noord-Holland en Olympia’s Tour, een koppeltijdrit in Frankrijk met Fons van Katwijk, het eindklassement in de Oost-Zwitserse Rundfahrt en de Belgische klimklassieker Seraing-Aken-Seraing. Op het WK in Mettet achterhaalde hij zowat vijftig kilometer voor de finish in zijn eentje vluchter Nilsson. Op het laatste klimmetje reed Gevers de Zweed finaal los en kwam triomferend over de eindstreep.
“Het behalen van die titel vergeet je natuurlijk nooit meer. Ook al is het maar een van de zoveel wedstrijden die je in een seizoen rijdt, het is en blijft een unieke prestatie waar ik trots op ben,” zegt hij 38 jaar later. De oud-coureur volgt het wielrennen nog in grote lijnen op de televisie. “Als ik er de tijd voor heb, zit ik aan de buis. Al kan ik er niet altijd perse voor thuis blijven. Maar dan kijk ik ’s avonds wel meteen hoe het afgelopen is.”
Na zijn wereldtitel bij de amateurs tekent hij een profcontract bij de Franse Lejeune-BP ploeg. De neo-prof doet het zeker niet slecht, maar blijft in zijn hart de amateur die voor zijn plezier fietst. In 1976 wint hij een avondcriterium voor profs in Bladel op de aankomstdag van een Olympia Tour etappe. Ook in etappekoersen is hij in zijn eerste profseizoen driemaal aan de winnende hand met dagzeges in de Ronde van Nederland (Budel) en in de Franse rittenkoersen Circuit de la Sarthe en Tour de l’Indre-et-Loire. Een jaar later grijpt hij de volle winst in Arendonk en opnieuw in een Sarthe-etappe. Peter Post lijft hem in 1978 in bij de TI Raleigh ploeg. De harde hand van Post blijkt niet te werken bij de Schijndelnaar. “Met zoveel goeie coureurs in die ploeg was ik een van de renners die hij kwijt wilde. Toen ik in de Ronde van Engeland in de leiderstrui reed, liet hij me door mijn ploeggenoot Johan van der Velde aanvallen.” Dat doet natuurlijk geen goed aan de onderlinge verhoudingen. Wel boekt Gevers nog een vijftiental podiumplaatsen in twee seizoenen en een paar zeges in Belgische wedstrijden (1978 Duffel, 1979 Koersel). In 1980 moet hij op zoek naar een nieuwe ploeg. Nog vier seizoenen rijdt hij voor kleinere sponsors in het profpeloton. Zijn allerlaatste overwinning boekt hij in Valkenswaard waar hij in het voorprogramma van de Super Prestige veldrit op 22 november 1981 Adrie van der Poel en Johan van der Velde klopt in de Trofee der Wegrenners.
Zou hij dezelfde weg kiezen als hij zijn wielerperiode nog eens over kon doen? “Van de dingen die ik in mijn leven heb gedaan, heb ik nooit spijt gehad. Bovendien: je kunt iets toch niet meer terug draaien,” zegt hij veelbetekenend. “Wel vind ik het jammer dat ik bij de beroepsrenners nooit een echt goeie begeleiding heb gehad. Ik werd in die tijd nooit persoonlijk opgevangen, niet door Henri Anglade bij Lejeune-BP en ook niet door Peter Post.” Nu zit de Schijndelaar al 30 jaar lang in de caravanwereld. Na aanvankelijk met zijn vrouw Ingrid caravans verhuurd te hebben aan wildwatervaarders in de Ardennen, focust hij zich in hun familiebedrijf inmiddels alweer jarenlang op de verkoop van caravans (zie de site www.tweedehandscaravankopen.nl).

Reacties zijn uitgeschakeld.