Brabant Cycling Volg de wielersport in Brabant via Brabant Cycling Network!
Interviews Nieuws

Uit de oude doos…. Jac van Meer

1985 Jac van Meer

Wielerliefhebber en auteur Piet Gijsbers duikt in de rubriek ‘Uit de oude doos’ voor Brabant Cycling terug in het verleden van de wielersport in Zuid-Oost Brabant. In deze aflevering een verhaal over Jac van Meer. De West-Brabander was bij de amateurs een topper en nam als beroepsrenner bij Skil/Sem/Kas deel aan de Tour de France. Meer oude wielerverhalen zijn terug te vinden op de website van Piet Gijsbers: www.wielerspiegel.nl

Eind jaren zeventig maakte Jac van Meer deel uit van de sterke Gazelle-ploeg met Tilburger Ben van Erp aan het roer. De coureur uit Wouw had toen een glansperiode als jong amateur. Drie jaar achtereen was hij succesvol met onder meer Limburgse etappezeges in Olympia’s Tour, de nationale titel op de weg, de Ronde van Limburg en de Omloop der Kempen. Later heeft de West-Brabander lang binding met de wielersport gehouden als importeur van en grossier in race-onderdelen.

Jac van Meer maakte als 8-jarige jongen kennis met de wielersport in zijn geboorteplaats Wouwse Plantage, ook wel Pindorp genoemd. “Daar werd jaarlijks tijdens de kermis de Hel van de Pin gereden, een wedstrijd die voor een gedeelte over een zand-koolbaan ging.” Bij de officiële KNWU-jeugd reed hij zijn eerste wedstrijdseizoenen op 13- en 14-jarige leeftijd. In 1973 werd hij adspirant en reed ook een paar seizoenen bij de nieuwelingen zonder echt bij de hoogvliegers te behoren. Beter ging het hem af in de juniorencategorie die in die jaren werd ingevoerd in het KNWU-bestel. “In 1976 mocht ik het WK rijden in het Belgische Gooik. Daar werd Ron Bessems uit Amsterdam wereldkampioen. Als junior maakte ik de nodige progressie, zodat ik in 1977 als beginnend amateur bij Soka Snacks mocht gaan rijden.” Die sponsorploeg stopte, het werd Gazelle en in dat team won Van Meer in 1978 twee etappes in de Limburgse heuvels tijdens Olympia’s Tour en werd tweede op het NK.

In de eerste maanden van 1979 trokken die successen zich niet door. “De pijlen van mijn sponsor Gazelle waren vooral op Olympia’s Tour gericht. In die etappekoers in eigen land moest goed gepresteerd worden. Maar voor mij liep de voorbereiding helemaal niet zo vlot als ik wenste. In het voorjaar was ik wat ziek en ik kwam niet in de vorm van 1978.” Toch was Van Meer op zijn favoriete terrein in de Ronde van Limburg de sterkste van de dag door Henk Mutsaars en Adrie van der Poel te kloppen. “Een week voor de start van Olympia’s Tour moest ik vervolgens de Omloop der Kempen rijden. Ik had niet echt veel zin in die klassieker die als een lange, snelle wedstrijd te boek stond. Ik was bang voor valpartijen en ging in datzelfde weekend liever in de Belgische Ardennen trainen. Maar de wil van de ploegleider was wet, dus moest ik in Veldhoven starten.” Een niet super gemotiveerde Jac van Meer vertoefde vrijwel steeds in de achterste regionen van het peloton. Er werden ontsnappingen op touw gezet, maar geen enkel groepje kon echt uit de greep van het peloton blijven. Op een gegeven moment kreeg ik van onze ploegleider een flinke uitbrander, omdat ik teveel achterin koerste. Als ik mijn best niet beter deed, zou Olympia’s Tour voor me op de tocht komen staan.” Dat alarmsignaal schudde Van Meer wakker. Met nog 75 kilometer voor de wielen sprong hij met ploeggenoot Theo de Rooy mee in een groepje dat al snel een voorsprong van twee minuten opbouwde. “Ik had lang achterin zitten flierefluiten en was dus nog redelijk fris om vooraan flink mee te koersen. Uiteindelijk demarreerde Wies van Dongen. Er moest iemand van ons mee, dus deed ik dat maar. Ook Peter Damen kwam er nog bij. Die klopte ik op de meet. Zo zie je maar hoe je kunt winnen als je helemaal ontspannen aan een wedstrijd begint.”

Datzelfde jaar kon Jac van Meer in Olympia’s Tour weinig potten breken. Alleen in de Limburgse heuveletappe was hij dichtbij winst. “Adje Wijnands reed in een lange ontsnapping met ook Hennie Stamsnijder erbij vrijwel geen meter op kop en klopte me voor de dagzege.” Een seizoen later werd Van Meer, ook alweer in Limburg, nationaal kampioen. Datzelfde jaar werd hij in Hapert ook nog Brabants kampioen, was clubkampioen bij Willibrord Wil Vooruit, en West-Brabants kampioen. “Eigenlijk miste ik dat jaar maar één titel,” zegt hij lachend, “die van wereldkampioen. Ik bleef in 1980 het hele jaar amateur, omdat ik van bondscoach Rini Wagtmans de toezegging had dat ik bij vormbehoud in de wegwedstrijd op de Olympische Spelen in Moskou zou worden opgesteld. Samen met Jac Hanegraaf, Adrie van der Poel en Peter Winnen hadden we daar als jonge gasten van 20 en 21 jaar weinig in de pap te brokkelen tegen de staatsamateurs uit de oostbloklanden. Wagtmans noemde die mannen opgevoerde brommers.” De door de wol geverfde Rus Soukhoroutsjenkov werd Olympisch kampioen. Van der Poel was met de zesde plaats de beste Nederlander. Van Meer werd in 1981 beroepsrenner in de ploeg van HB Alarmsystemen. Na drie seizoenen achtereenvolgens in de Amko-ploeg van Ton Vissers, bij het Belgische Fangio-team en AVP-Viditel gereden te hebben, kwam hij in 1985 bij het gemêleerde gezelschap van Skil/Sem/Kas onder leiding van de excentrieke Fransman Jean de Gribaldy terecht. Dat jaar reed Van Meer de Tour de France aan de zijde van onder meer Sean Kelly. Na de fusie van Skala en Skil reed hij in 1986 zijn wedstrijden in het shirt van die door Roger Swerts geleide ploeg.

1985 Jac van Meer met Kneet in de Tour

In 1987, het jaar waarin hij 28 werd, stopte Van Meer met de actieve wielersport. Hij ging werken bij Skala, de sponsor waarvoor hij zijn laatste seizoen fietste. In 1995 zocht hij zijn heil bij een firma in raceonderdelen in Roosendaal. Hij kocht de zaak over van de eigenaar en richtte zich met enkele personeelsleden helemaal op het racegebeuren. Een zaak met een vrij smal assortiment van dure spullen die ze aan Nederlandse en Belgische winkels verkochten. Van Meer opereerde als importeur, grossier en groothandel. Zijn materialen importeerde hij in hoofdzaak uit Italië. Vijf jaar geleden verkocht hij zijn zaak en houdt zich nu bezig met vastgoedbeheer. “Ik verhuur enkele pandjes en probeer af en toe wat te kopen en verkopen. Maar dat valt in deze crisistijd ook niet mee. Ik doe wat vrijwilligerswerk hier op het dorp. Zo rijd ik met een wielersportliefhebber hier uit Wouw die blind geworden is af en toe een rondje op de tandem. Mijn vrouw fietst ook graag, dus kom ik mijn tijd goed door. Als het weer het toe laat, zit ik nog driemaal per week op de fiets. Ik verveel me dan ook geen dag.”

Reacties zijn uitgeschakeld.