Wielerliefhebber en auteur Piet Gijsbers duikt in de rubriek ‘Uit de oude doos’ voor Brabant Cycling terug in het verleden van de wielersport in Zuid-Oost Brabant. In deze aflevering een verhaal over Piet van Beurden uit Diessen. Meer oude wielerverhalen zijn terug te vinden op de website van Piet Gijsbers: www.wielerspiegel.nl.
In de jaren zestig en zeventig maakt Piet van Beurden op veel plaatsen de koers. In een geheel eigen stijl, scheef op de fiets maar met veel kracht in zijn lange lichaam, zorgt hij voor leven in de brouwerij. “Hoe muuger ik was, hoe schever ik op mijn fiets zat,” zegt hij lachend. Dat de paarden die de haver verdienen die niet altijd krijgen is op Van Beurden vaak van toepassing. “Ik vlamde er altijd in, reed alles uit de kast voor een premie van 25 gulden. De premies onderweg leverden me meer op dan het prijzengeld. Winnen kon ik toch niet, omdat ik geen sterke eindsprint had. Gewoonlijk moest ik me met een kleine prijs tevreden stellen.”
Toch boekt de krachtpatser uit Diessen in 1968 onverwacht een fraaie overwinning in de Ronde van Veldhoven. Een dik verdiende zege trouwens, dat zullen zich de al wat oudere wielersupporters nog wel herinneren. Nauwelijks nadat het startschot heeft geklonken ontdoet Van Beurden zich van al zijn tegenstanders om zich in te zetten voor de leidersprijs. Hij wil die premie in de wacht slepen door het meeste aantal keren als eerste over de streep te rijden. Verderop in de wedstrijd blijft het daar niet bij. Bij alle ontsnappingen ziet het publiek de gele Pedaleur trui van de Diessenaar voorop. In de laatste ronde haalt hij twee vluchters terug om daarna in een lange rush Bosschenaar Bart Solaro op de eindstreep voor te blijven. “Die overwinning kwam zo onverwacht dat ik vergat mijn arm omhoog te steken,” aldus de nu 69-jarige oud-coureur. De zege, vroeg in het seizoen, levert de clubrenner meteen een contract op in de Smith-Acifit ploeg van Piet Liebregts. “Ik werkte toen in een textielfabriek en was dikwijls al gelukkig met een prijsje in wedstrijden tegen de beroepsamateurs.”
Zijn wielercarrière is pas op 19-jarige leeftijd begonnen. “Ik had al lang eerder renner willen worden, maar werd daarin door mijn ouders afgeremd. Van kleins af aan hing ik met mijn hoofd in de radio om naar de Tourverslagen te luisteren.” Zijn eerste racefiets haalt hij bij een kameraad achter op de bromfiets op bij wielrenner en oud-schaatser Antoon Verhoeven in Dussen. Hij meldt zich aan bij wielervereniging De Toekomst in Oirschot en rijt een paar jaar wedstrijden bij de zogenaamde Limburgse bond. Als zijn vereniging zich aansluit bij de KNWU met De Pedaleur als nieuwe naam, komt Van Beurden daar tegenstanders en leeftijdgenoten als Fedor de Hertog, Joop Zoetemelk, Roger de Vlaminck, Jempi Monseré, Rini Wagtmans en de broers Van Katwijk tegen. In de klassieke wedstrijden over langere afstand moet hij het tegen dat soort renners afleggen. “Ik was te bleu en werd op het kantje gezet. Ik was geen echte durver tussen de wielen.”
In eigen dorp wordt voor hem een supportersclub opgericht als hij in 1970 voorop met Bart Solaro en Haarlemmer Ron Bakker het podium weet te beklimmen. Er wordt geld bijeen gelegd en daarvan koopt hij een baanfiets. “Omdat ik gewoonlijk met een heel groot verzet reed, ooit had ik 55-11 staan, adviseerden kenners me om het eens op de baan te gaan proberen.” Tweemaal doet Van Beurden mee aan het NK achtervolging op de baan van het Olympisch Stadion in Amsterdam. “Een keer werd ik negende. Ik was al lang blij niet bij de eerste acht te zijn geëindigd, want dan had ik nog een keer moeten aantreden. Zo kei kapot zat ik.” Achteraf gezien denkt Van Beurden, die ook nog enkele jaren voor de Tilburgse sponsorteams van Trappist Bier en Overdijk Beton rijdt, dat er met een betere begeleiding meer voor hem moest hebben ingezeten. “Had ik een goeie dag dan kon ik met de besten over, maar op mijn kwade dagen was ik nergens.”
Reacties zijn uitgeschakeld.